Blog posts over beginners | Blog | Kristin Ascoop

Blog posts over beginners

Kerst nadert snel,... Dringend tijd om ons te verdiepen in een echte Zweedse kerst! In de komende blogs volgen recepten (pepparkakor, glögg) en meer uitleg over het befaamde "smörgåsbord", maar we beginnen met de nodige woordenschat.

JultomtenJultomten

Jul

Vrolijk kerstfeest!
God jul!
Kerstmis vieren
Fira jul
Ik wens je een prettige kerst!
Jag önskar dig en god jul!
Kerstavond
Julafton
De kerstman
Jultomten
Kerstboom
Julgran
Kerststal
Julkrubba
Kerstkado
Julklapp
Kerstkado's kopen
Handla julklappar
Kerstkaart
Julkort
Kerstkaarten versturen
Skicka julkort

Net terug van Zweden.. enkele foto's van onze vakantie volgen later!

Ondertussen vliegen we er meteen weer in met een volgende les: de werkwoorden. En er is goed nieuws! In het Zweeds hebben de werkwoorden dezelfde vorm voor alle personen! Kijk maar in onderstaande tabel.

Grupp 1 Grupp 2a Grupp 2b Grupp 3 Grupp 4
Infinitief arbeta stänga läsa bo springa
jag arbetar stänger läser bor springer
du arbetar stänger läser bor springer
han/hon arbetar stänger läser bor springer
vi arbetar stänger läser bor springer
ni arbetar stänger läser bor springer
de arbetar stänger läser bor springer

Het Zweeds wordt in 5 verschillende groepen ingedeeld. 4 groepen staan hierboven reeds, de vijfde groep is de onregelmatige groep. Deze groepen zijn vooral belangrijk bij het vormen van de verleden tijd.
Let op de uitgangen van de vormen in elke groep. Dit heeft te maken met de stamvorm.
Groep 1: infinitief + r
Groep 2: infinitief - a + er
Groep 3: infinitief + r
Groep 4: infinitief - a + er

Voor gezonde mensen die een reis naar Zweden plannen: enkele vruchten in het Zweeds:

Dankzij de dame in dit filmje leer je in enkele minuten de kleuren in het Zweeds zeggen, verstaan en schrijven!

Op reis in Zweden wordt u door iemand aangesproken, maar u verstaat nog geen Zweeds of slechts een beetje...
Enkele handige zinnetjes:

Ik spreek geen Zweeds.
Jag talar inte svenska (ja taalar iente svenska).
Ik spreek maar een beetje Zweeds.
Jag talar bara lite svenska (ja taalar bara liete svenska).
Ik begrijp het niet.
Jag förstår inte (ja feursjtoor iente).
Spreekt u Engels/Duits/Frans?
Talar du engelska/tyska/franska (taalar du engelska/tuuska/franska)?
Kan u dat herhalen?
Kan du upprepa det (kan du uppreepa dee)?
Kan u wat langzamer spreken?
Kan du tala lite långsammare (kan du taala liete longsammare)?
Hoe zeg je dat in het Zweeds?
Hur säger man det på svenska (huur seijer man dee poo svenska)?
Hoe spreek je dat uit?
Hur uttalar man det (huur uuttaalar man dee)?
Kan u dat opschrijven?
Kan du skriva ner det (kan du skrieva neer dee)?